Helios-reliëf (marmer, 85.8 x 86.3cm), na 390 v.Chr. Metoop van de Athene-tempel in Troje. Gevonden door Heinrich Schliemann in 1872, nu in het Pergamon-museum te Berlijn.

Troje

Totdat Heinrich Schliemann (1822 - 1890) in 1870 de archeologische resten van een stad blootlegt, beschouwt men Troje als een aan de fantasie van Homeros ontsproten mythe. Is het een oer-Pelasgische nederzetting? Een Hethitische vazalstaat, die vele malen herbouwd blijkt te zijn? En welke archeologische laag wordt er door Homeros in de achtste eeuw v.Chr. eigenlijk bezongen in zijn Ilias?

Troje – Ilion
De nederzetting aan de noordwestkust van Klein-Azië ligt op een knooppunt van oeroude handelswegen, al sinds de vroege bronstijd (±3000 v.Chr.) neemt zij een strategische sleutelpositie in aan de ingang van de Dardanellen. Troje is een voorpost van Asia, de toegangspoort tot de culturen van de Zwarte Zee (Kolchis) en vertegenwoordigt de oude wijsheid van het matriarchaat en de Amazonen. Dit heilige Troje is volgens de mythe gesticht door koning Ilos, de zoon van Tros en zijn zoon koning Laomedon heeft de ommuurde vesting laten bouwen. De zoon van Laomedon - de in de Ilias alom geachte koning Priamos - woont in een groot paleis met vele privé vertrekken voor elk van zijn vijftig zonen (waaronder Hector en Paris) en twaalf dochters (waaronder de zieneres Kassandra).

Bij de geboorte van zijn zoon Paris hoort koning Priamos van het orakel, dat deze zoon de ondergang van het machtige Troje zal veroorzaken. Hij geeft de pasgeborene aan een herder met de opdracht het kind te doden. De herder en zijn vrouw echter zijn kinderloos en besluiten de koningszoon als herdersjongen op te voeden. Koning Priamos heeft geen weet van het mythische voorspel, dat zal leiden tot de dramatische strijd om de stad:

De godenbroeders Zeus en Poseidon, beiden getroffen door een pijl van Eros, dingen als twee rivalen naar de hand van Thetis, de dochter van de zeegod Nereus. Zij nemen zich echter de uitspraak van het orakel ter harte en de wijze titaanse godin der Gerechtigheid - Themis - waarschuwt hen nog eens extra, dat àls Thetis aan één van hen beiden een zoon zou schenken, dan zal deze een nog machtiger wapen bezitten dan de bliksem van Zeus en de drietand van Poseidon. Het kind van Thetis is dus voorbestemd zijn vader verre te overtreffen . . . . .
Zeus vreest het lot, dat hijzelf zijn eigen vader Kronos heeft aangedaan en ziet af van zijn begeerte.

Volgens een andere overlevering wil Thetis uit loyaliteit tegenover Hera niet ingaan op de avances van Zeus.
De verontwaardigde minnaar bezweert haar, dat zij dan ook nooit en te nimmer de echtgenote van een god zal worden.
De wijze Themis adviseert om de beeldschone Nereïde uit te huwelijken aan de vrome menselijke held Peleus en Hera verkondigt aan Thetis, wie er voor haar bestemd is en dat op het bruiloftsfeest alle goden zullen worden uitgenodigd. Maar Thetis - het sprankelende, dartele waterwezen - tracht via gedaanteveranderingen aan de sterfelijke Peleus te ontsnappen. Achtereenvolgens verandert zij zichzelf in vuur, water, een leeuw, een slang, verschillende zeewezens, maar tenslotte krijgt Peleus haar met behulp van de wijze kentaur Cheiron toch te pakken in de gedaante van een kleine inktvis. Nu zal de bruiloft gevierd worden en alle goden begeven zich met hun geschenken naar het feest.

Zo wordt er verteld - het klinkt als een sprookje - dat in oeroude tijden, als goden en mensen nog met elkaar omgaan en bij elkaar op bezoek komen, koning Peleus bruiloft zal houden met de Nereïde Thetis en dat alle goden zijn uitgenodigd voor het feest, behalve Eris de godin van de twist.
Deze verschijnt echter toch en werpt een gouden (granaat)appel tussen het feestende gezelschap met de woorden: Deze appel is bestemd voor "de Schoonste". De godinnen Hera, Athene en Aphrodite menen aanspraak te kunnen maken op deze gouden appel. De twist is gezaaid - drie godinnen ruziën en kijven - en de goden zijn niet bij machte dit conflict op te lossen. Dan wordt de Trojaanse herdersjongen Paris aangewezen om een bindende uitspraak te doen. De jonge Paris staat voor een moeilijke keus: Hera belooft hem alle macht op aarde. Athene stelt hem wijsheid in 't vooruitzicht en vertelt hem bovendien, dat hij geen herdersjongen is, maar de zoon van koning Priamos. Uiteindelijk kiest Paris voor Aphrodite, omdat zij hem de schoonste vrouw op aarde belooft.

Volgens sommige mythografen wordt de schoonste vrouw op aarde geboren uit een ei:
De titaanse godin Nemeseis is in de gedaante van een gans op de vlucht voor de opdringerige Zeus, die haar in de gedaante van een zwaan achtervolgt en overschaduwt. Het ei, dat op de aarde valt, wordt door een herdersjongen gevonden en bij Leda, de koningin van Sparta, gebracht. Leda broedt het ei uit en baart zelf de tweeling Klytemnestra en Kastor. Zij voedt haar eigen kinderen op met de tweeling Helena en Pollux, die uit het ei van Nemesis en Zeus tevoorschijn komen.

Leda en de Zwaan: Volgens de Alexandriër Nonnos (5e eeuw n.Chr.) is Leda de achtste vrouw, die door Zeus bemind wordt. Leda, de koningin van Sparta, een prinses van ongekende schoonheid, is getrouwd met Tyndareios, die in ballingschap in Aetolië verblijft. Door een pijl van Eros getroffen wordt Zeus verliefd op haar, maar hij kent inmiddels het trotse mensengeslacht, dat trouw is in de liefde.
Daarom verzint hij een list om Leda te kunnen benaderen. Hij verandert zichzelf in een zwaan, die vergezeld van een vlucht zwanen neerstrijkt op het meer, waar Leda en haar hofvrouwen zich baden. Zeus - in de gedaante van een zwaan - vleit zich tegen het lichaam van de koningin en uit deze omhelzing worden twee godenkinderen geboren: Helena en Pollux, die met de beide kinderen van koning Tyndareios - Kastor en Klytemnestra - zullen opgroeien.

Als Helena volwassen is, wordt zij door haar aardse vader uitgehuwelijkt aan Menelaos en tijdens diens afwezigheid vanwege een oorlog tegen Kreta, weet Paris haar op zijn schip te lokken en ontvoert hij haar naar Troje. Zo wordt Helena de aanleiding tot de Trojaanse oorlog (1195 - 1185), waarin alle Griekse helden zullen sneuvelen en zo heeft Paris uiteindelijk de ondergang van de stad veroorzaakt, zoals het orakel heeft voorspeld.

Zijn dit nu allemaal verzinsels? In tegenstelling tot de geschiedenis vertelt de mythologie in een kleurrijke beeldentaal over een geestelijk werkelijkheid, die zich achter de sluier van de door ons waargenomen zintuiglijke wereld verschuilt. Mythologie spreekt een laag van ons bewustzijn aan, die dieper ligt dan het verleden, dat door de geschiedenis beschreven wordt. Als een klank-beeld-echo van een collectief verleden borrelt zij op uit de oerbron van de tijd, de bron van het leven; zij leidt ons binnen in de wereld van de oerbeelden, waarover C.G Jung (1875 – 1961) zei: - Mythologische beelden zijn ons onpersoonlijk collectief bezit, een erfenis die serieus genomen dient te worden.
Zoals een muziekstuk bestaat uit het samenspel van ritme en tonen, zo is de mythologie opgebouwd uit levendig wevende beelden; verhalen, die de laatste resten van een voorreligieus bewustzijn bevatten; ons vormen van (collectieve) herinneringsbeelden tonen, waarin overbekende motieven een rol spelen, zoals: De Verdrijving uit het Paradijs, de Zondvloed, de Götterdämmerung, de held die zijn geboorteland verlaat e.a. Het steeds weer terugkerende thema van de verwijdering van de mens uit de oorspronkelijke kosmische alomvattendheid wijst op een naklank van ons eigen ontstaansverhaal. Mythen verwoorden een beleven en een herbeleven van wat zich in verschillende achtereenvolgende stadia in de mensheidsontwikkeling heeft afgespeeld.

Vanuit dit gezichtpunt kunnen wij trachten deze beeldverhalen anders te bekijken:
De Trojaan Paris representeert de (dan nog) toekomstige mens, de mens van deze tijd, die zich niet van zijn oorspronkelijke herkomst bewust is, zijn koninklijke (goddelijke) afkomst is hem onbekend. Hij is wegens een onheilsvoorspelling uit zijn geboortehuis verstoten. Bij het maken van een keuze laat hij zich leiden door aardse zinnelijkheid, hij kiest voor erotiek en eigenbelang (egoïsme). Hij meent zich de gunst van Aphrodite te verwerven, maar haalt zich de toorn van Hera en Athene op de hals. Hij eigent zich toe, wat niet voor hem bedoeld is - hij schaakt Helena - zonder zich rekenschap te geven over de consequenties, waardoor de onheilsvoorspelling zich dan ook als Lot voltrekt.
Helena kan gezien worden als de bovenmenselijke openbaring van schoonheid, het inspirerende principe van de Griekse cultuur; het schoonheidsideaal, dat de gehele Griekse cultuur en alle kunstwerken van Hellas doorstraalt. Als dochter van Zeus vertegenwoordigt zij de kiem (het ei), die zich in de (dan) volgende cultuurperiode (na 747 v.Chr.) in Europa zal ontplooien.

Alle Griekse helden (godenzonen) scharen zich rond Agamemnon, achter de expeditie naar Troje om deze kiem van de toekomst te redden . . . . . zij moet tot elke prijs worden teruggewonnen.
In de Ilias staan de grootste helden van twee wereldtijdperken - Verleden en Toekomst - tegenover elkaar. Homeros bezingt zowel de heldhaftigheid van de Achaiërs, als die van de Trojanen, Dardanen, Thraciërs, Amazonen en nog vele anderen, die ook onze met eerbied vervulde gedachten verdienen.
Van betekenis in dit kader is het tweegevecht, dat de held Achilleus voert tegen de Amazonekoningin Penthesileia. Zij komt met haar volk de Trojanen te hulp na de dood van Hektor. De speer van Achilleus doorboort haar met ros en al, maar als hij haar helm verwijdert en haar bovenaardse schoonheid aanschouwt - gelijkend op Artemis, wanneer zij sluimert na een vurige jacht (Homeros) - wordt hij verliefd op haar. Zij is dan al stervende en niet meer te redden. De pijn en de smart, die hij daaraan beleeft, is niet minder dan bij de rouw om zijn wapenvriend Patroklos. Zo doodt Achilleus, de zoon van Peleus en de Nereïde Thetis de laatste representant van het matriarchale tijdperk.
Inmiddels is het een erkend historisch feit, dat rond 1200 v.Chr. Griekse kolonisten (Achaiers) zich beginnen te vestigen op de kusten van Anatolië en dat er een totaal nieuw cultuurtijdperk aanbreekt: De uiterlijk zichtbare geschiedenis en de bouw van de grote Griekse tempels treden in verschijning. De mythische strijd om Troje is een belangrijke uiteenzetting geweest tussen Oost en West, tussen het Verleden en de Toekomst en in die zin is de betrokkenheid en het aandeel van de goden in deze strijd dan ook niet slechts een dichterlijke vrijheid van Homeros. Hij bezingt vijf eeuwen na dato in de Ilias niet een strijd om de macht of om over en weer gekaapte vrouwen, zoals de “Vader der Geschiedenis” Herodotos van Halicarnassos (484 – 406) dat later interpreteert . . . . .
Homeros, de blinde zanger, roept de Muze aan om te vertellen hoe de mensheid van de toekomst - de Griekse mens - aan de leiding van de goden wordt ontrukt. De goden bij Homeros worden zienderogen menselijker, hun goddelijkheid schemert, vervaagt, verdwijnt. Ook al hadden de goden (bij wijze van spreken) de verbinding met de mensen willen behouden, zij kunnen de inmiddels in een fysieke omhulling opgesloten goddelijke vonk steeds moeilijker bereiken; de verhardende verduisterende tendensen in de constitutie van de mens kunnen zij niet langer met hun licht doordringen. De goden kunnen niet anders dan gehoorzamen aan de hogere kosmische orde, die de mens bedoeld heeft als een individueel vrij wezen met de mogelijkheid een evenwichtig moreelhandelend Zelf te worden.

De wakkere Odysseus, die het grote houten paard bedenkt, representeert de wereld van het zelfstandige persoonlijke verstand, het instrument van de toekomst. Odysseus heeft andere kwaliteiten dan de grote halfgoddelijke helden: Hij is een groot redenaar, hij is slim en vindingrijk en staat vooralsnog onder bescherming van de verstandige godin Athene. Na de val van Troje doorstaat hij de tien jaar durende moed-inwijdings-tocht naar huis en plant de nieuwe gedachte- en vrijheidsimpuls over in wat later het Griekse volk - de Griekse cultuur - is geworden. Niet langer zullen de gouden schatten van mysteriewijsheid, noch de erfelijke kwaliteiten van stam- en bloedverwantschap (50 zonen) een waarborg zijn voor het leven, maar één individu is het type van de toekomst; hij wordt in de Odyssee van Homeros beschreven.