De Hethitische rotsinscriptie bij Malpınarı



Deze Neo-Hethitische inscriptie bevindt zich ongeveer 35 km ten zuiden van Adıyaman, op de weg naar de Atatürk-stuwdam, ten westen van Akpınar, dichtbij het dorp Ilıcak aan de oever van de Göksu-rivier. Het reliëf werd ontdekt door Mustafa Kalaç in 1979.
Binnen een verzonken en van tevoren gepolijst paneel van ca 180 x 85 cm zijn zes regels hiëroglifisch schrift in de Luwische taal in de rots gehakt. Deze inscriptie bevindt zich op een afstand van ongeveer 150 meter ten noorden van een natuurlijke bron, die vanuit een rotsnis ontsprong. Deze bron, bekend onder de naam Malpınarı, is helaas tijdens grootschalige grintwinningen uitgeput geraakt door mechanisch aftappen.
Aan de rechter zijde van het paneel is een verweerde (weggehakte?) menselijke figuur te onderscheiden, met lang haar en een baard. De stijl wijst op Assyrische invloeden. Door een grote en een kleine (moedwillige?) beschadiging aan de linker zijde ontbreken er enkele stukken van de tekst.

De schrijver van de tekst heette Atayazas, hij was de heer van de rivier van de steden Sarita en Sukita; hij noemt koning Hattusilis, de zoon van Suppiluliuma zijn opperheer. Deze laatstgenoemde vorst regeerde over het laat Hethitische koninkrijk Kummahu gedurende de eerste helft van de 8ste eeuw; de inscriptie kan gedateerd worden tussen 900 en 600 v.Chr. In de omgeving zijn resten van een Neo-Hethitische nederzetting gevonden.
 

De Assyrische koning Sargon II maakte ca 717 v.Chr. een definitief einde aan de Neo-Hethitische cultuur. De Assyrische archieven vermelden, dat deze heerser van het geannexeerde Kummahu, als schatting o.a. goud, zilver, cederhout en wijn ontving. Dit gebied bleef nog lange tijd een punt van twist tussen Assyrië en het rijk van Urartu.


Aan de oever van de Göksu-rivier